Leverproblemen
|
De lever is verantwoordelijk voor de afvoer van allerlei afvalstoffen. Het bloed stroomt
door een groot aantal kleine vaatjes door de lever naar de levercellen en die scheiden
afvalstoffen uit naar de galgangen. Het paard heeft géén galblaas maar loost deze
afvalstoffen rechtstreeks op de dunne darm. De lever onttrekt zich geheel aan het standaard onderzoek. Hij ligt binnen de ribwand aan de rechter kant van het paard. Problemen met de lever kunnen opgespoord worden met bloedonderzoek en echografisch onderzoek. Vaak zal bij een slecht werkende lever het slijmvlies geel verkleuren (geelzucht) en het paard uit conditie raken en vermageren maar dat hoeft niet altijd. Leverproblemen komen niet veel voor maar zijn dus lastig op te sporen en hebben een grote invloed op het functioneren van het paard. Niet zelden wordt de diagnose leverprobleem of hepatitis (leverontsteking) ten onrechte gesteld bij gebrek aan een betere diagnose. |
![]() |
![]() |
Mogelijke oorzaken
De meeste leverontstekingen ontstaan door onbekende oorzaak. We denken dat virussen en stress hiervoor verantwoordelijk zijn maar dat blijft tot nu toe onduidelijk. Bepaalde medicijnen zijn schadelijk voor de lever zoals pijnstillers, ontstekingsremmers en sommige antibiotica. Bijna alle lichaamsvreemde stoffen die door de lever uitgescheiden worden kunnen in grote hoeveelheden schadelijk zijn. Kijk maar eens op de bijsluiter van een relatief veilig middel zoals paracetamol en aspirine: je zou ze nooit meer durven slikken. Vorig jaar is er veel ophef geweest over jacobskruiskruid. Deze plant komt vrij veel voor en is zeer schadelijk voor de lever. Paarden eten hem niet zo snel op omdat hij blijkbaar niet lekker smaakt maar bij gebrek aan beter (gras) is het niet uitgesloten dat het fout gaat. Ook in hooi en kuil blijft het gif van deze plant werkzaam. Het is dus belangrijk om in percelen weide, ook als ze gebruikt worden voor de hooi en kuilwinning, op zoek te gaan naar deze plant. Op internet kunt u hele duidelijke voorbeelden van de bladeren en de bloemen vinden en deze zijn zo kenmerkend dat het geen probleem moet zijn om de planten te vinden. Eet het paard veel jacobskruiskruid ineens dan kunnen naast een leverbeschadiging ook koliek en diarrhee ontstaan. Zelfs hersenverschijnselen zijn mogelijk (afwijkend reageren, blind lijken, dwangbewegingen). Gelukkig komen vergiftigingen met deze plant weinig voor maar ze worden ook vaak te laat onderkend en kunnen fataal aflopen. |
|
Een echte sluipmoordenaar is de leverbot, een soort maagdarmworm.
Dit is een parasiet die voorkomt bij koeien en schapen maar die onder bepaalde omstandigheden
ook het paard (en de mens!) kan infecteren. De larven zitten in slakjes die in natte delen
van de wei leven, op de grens tussen gras en water. Deze larven zijn uit de eitjes gekropen
die besmette koeien of schapen met hun mest in de wei hebben achtergelaten. De
slakjes eten deze larven op en in het slakje wordt de larve weer besmettelijk voor
dieren die de slakjes bij het grazen opeten. De jonge larven komen vrij bij de vertering
van het slakje en kruipen naar de lever waar ze soms onherstelbare schade aanrichten.
Het paard vermagert, krijgt soms gele slijmvliezen, soms koorts en bloedarmoede en
bijna altijd een sterk afwijkend bloedbeeld. In een droge wei kunnen de slakjes niet
leven en dus treedt daar geen nieuwe besmetting met leverbot op. De meeste worminfecties bij het paard zijn vast te stellen door mestonderzoek. Iedere wormsoort heeft tamelijk karakteristieke eitjes die in de mest gevonden kunnen worden (met de microscoop want ze zijn te klein om met het blote oog te zien). De leverbot scheidt echter bij het paard geen eieren af in de mest zodat de diagnose alleen gesteld kan worden met bloedonderzoek of door het uitpluizen van de omstandigheden: er hebben schapen in de wei gelopen, het is nat en het paard heeft klachten die bij een leverbotbesmetting passen. Onlangs zagen we bij een endoscopie van de maag van een jaarling twee jonge leverbotten in de maag rondkruipen maar dat is een grote uitzondering. Een leverbotinfectie is goed te verhelpen maar het hangt van de reeds aangerichte schade in de lever af in hoeverre het paard weer geheel zal herstellen. Een plaats apart neemt de vervetting van de lever in. Deze komt veel voor, vooral bij de Fries en de Shetlander omdat deze rassen van nature sober zijn en makkelijk te dik worden. Het vet kan een normaal functioneren van de lever in de weg zitten waardoor het paard, naast een verminderde conditie door het overgewicht ook nog eens minder presteert door de afgenomen leverfunctie. De oplossing lijkt eenvoudiger dan hij is. Afvallen is voor deze paarden, die lijken te kunnen leven van de lucht, niet eenvoudig. Er is met de industrie herhaaldelijk gesproken over speciaal voer voor deze sobere rassen maar dat is voor zover ik weet nog niet op de markt. |
![]() |
![]() |
Medicijnen
Eerst moet de oorzaak aangepakt worden. Dus bij een leverbotinfectie ontwormen en bij een besmetting met jacobskruiskruid laxeren om zo snel mogelijk restanten van de plant uit het lichaam kwijt te raken. De wei moet geïnspecteerd worden om nieuwe gevallen te voorkomen. Het is erg lastig om de plant in hooi of kuil te vinden maar het is ook erg onwaarschijnlijk dat er in hooi of kuil meer dan incidenteel eens een deel van een plant aanwezig is. De werkzaamheid van het gif verdwijnt niet geheel in hooi en kuil maar neemt wel af en meestal worden de balen verdeeld over meer paarden. Krijgt het paard medicijnen of toevoegingen aan het voer dan moet onderzocht worden of deze schadelijk kunnen zijn en of het wel nodig is om deze te blijven geven. Bij een acute ernstige leverontsteking worden bijnierschorshormonen gegeven om de nog gezonde levercel te sparen. Bij een acute hepatitis hebben de paarden vaak erg hoge koorts (40-40.5) die niet reageert op antibiotica. Hepacure, bepaalde aminozuren en B-vitamines kunnen helpen bij het herstel. Ook rust is nodig omdat het lichaam met een aangetaste lever niet goed functioneert en stress de lever verder kan beschadigen. Bij leverbot zijn soms antibiotica nodig wanneer de leverbotten een bakteriële infectie in de lever hebben veroorzaakt. Bij leververvetting moet het paard afvallen maar dan moet voorkomen worden dat de stofwisseling doorslaat de verkeerde kant op: bij de Fries en de Shetlander kan er vervetting van het bloed optreden bij te lang vasten. Deze zogenaamde hyperlipemie (= vet in het bloed) is een gevaarlijke aandoening die intensieve behandeling nodig heeft.
S. Boerma Paardenkliniek Garijp |