Een nierafwijking

 

 

Vaak wordt er ten onrechte gedacht dat een paard "het aan de nieren" heeft. Vooral in het lekencircuit wordt de diagnose vaak gesteld.
Gelukkig laat de nierfunctie zich goed meten met bloed- en urineonderzoek. Verder zijn de nieren met echografisch onderzoek goed in beeld te brengen. Ook bij sectie en op het slachthuis worden de nieren routinematig onderzocht en daarbij blijkt ook dat een nierafwijking bij het paard tot de zeldzaamheden behoort.

 

Toch schuilt er wel een gevaar: een nierprobleem kan onopgemerkt blijven als er niet speciaal naar gezocht wordt.
Onlangs werd een drachtige merrie aangeboden die helemaal niet meer at. In eerste instantie is het dan zinvol om uit te zoeken of de patiënt niet kan of niet wil eten. Dat is een kwestie van observeren. Als het paard niet kan eten zitten de problemen meestal in het gebit, de keel of de slokdarm.
De bewuste merrie taalde niet naar eten. Zelfs een wortel of wat vers gras werd geheel genegeerd. Was het een mens dan zou je denken dat ze misselijk was. In de buik was niets aan de hand en ze had ook geen koorts. Bij bloedonderzoek bleek al snel dat de nieren niet goed werkten en door het niet meer eten had de merrie vet in het bloed gekregen. Deze aandoening is bij paarden zeldzaam maar zien we bij de Shetland pony veel vaker (zie bij 'vet in het bloed').


De nieraandoening van de merrie was een heel zeldzame: de nier kon geen bicarbonaat meer vasthouden en geen chloor meer uitscheiden. Hierdoor was het bloed ernstig verzuurd. De normale zuurgraad van ongeveer 7.40 was gezakt naar 7.150. Om de zuurgraad te bepalen is een speciaal apparaat nodig dat tamelijk kostbaar is en daardoor geen gemeengoed is voor een gewone dierenartsenpraktijk.
Het bloed opsturen naar een laboratorium is niet zinvol omdat het direct na afname bepaald moet worden. Vroeger kon dat nog wel eens in een nabij gelegen ziekenhuis gebeuren maar dat is tegenwoordig niet meer toegstaan in verband met de mogelijke overdracht van infectieziekten.

 

Met infuus zijn de nieren gespoeld en met bicarbonaat is de zuurgraad van het bloed hersteld. Helaas konden de nieren zonder de extra bicarbonaat de nieuwe zuurgraad niet handhaven en kwam de aandoening weer terug.

 

S. Boerma

Paardenkliniek Garijp