Diarrhee bij het veulen

 

 

Bijna alle veulens krijgen vroeger of later wel eens diarrhee. Bekend is de diarrhee op een leeftijd van ongeveer een week tot 10 dagen. Die kan veroorzaakt worden door een worminfectie of door de hengstigheid van de merrie, maar ook door een overvloed van melk, een bacteriële infectie of door virussen. Het is vaak lastig om een exacte diagnose te stellen.
Als het veulen geen koorts heeft, goed blijft drinken en attent is kan een behandeling meestal achterwege blijven. Is de mest waterdun of zijn er andere verschijnselen van ziek zijn dan is uitvoerig onderzoek en behandeling wel noodzakelijk. Is de merrie niet recent ontwormd dan is het verstandig merrie en veulen alsnog te ontwormen.
Het lijkt erop dat de wormmiddelen met ivermectine als werkzame stof (dat geldt voor demeeste wormmiddelen) niet voldoende effectief zijn tegen spoelworminfecties. Het is verstandig daar bij het ontwormen van jonge veulens rekening mee te houden omdat spoelwormen regelmatig tot problemen leiden. Produkten met pyranthel of moxidectine zijn wat dat betreft effektiever.


Diarrhee bij het hele jonge veulen kan ernstig verlopen. Er zijn ook vaker bacteriën in het spel in vergelijk met het wat oudere veulen. Snel ingrijpen is gewenst. Zeker bij een ‘ziek’ veulen met diarrhee is het geven van orale antibiotica (de pasta spuiten) niet wenselijk omdat de vertering in het maagdarmkanaal al overhoop ligt en de antibiotica dat nog erger kunnen maken.
Om bloedvergifitiging, ‘sepsis’, te voorkomen is intensieve behandeling nodig. Het veulen droogt snel uit en het bloed kan verzuren. Als dit laatste gebeurt is behandeling met infuus nodig en dan is het wenselijk de zuurgraad van het bloed te meten voor een juiste correctie.


Het veulen van enkele maanden oud krijgt soms diarrhee door virussen. Deze diarrhee kan hardnekkig zijn en zich door de stal verspreiden. Hygiëne is dus altijd van groot belang. Het virus zelf laat zich moelijk behandelen, de gevolgen van het virus wel.
Een speciale behandeling is het zogenaamde transfauneren, Daarbij worden er nieuwe bacteriën in het maagdarmkanaal ingebracht waardoor de vertering optimaal wordt. Heeft het virus het darmslijmvlies ernstig beschadigd dan kan het lang duren voor de mest weer normaal wordt.

 

S.Boerma

Paardenkliniek Garijp