Zin en onzin van entingen

 

 

De meeste paarden worden in hun leven een flink aantal keren ingeënt tegen allerlei ziektes. Bekend is natuurlijk de influenza enting maar ook de veulenspuit wordt door veel eigenaren beschouwd als een enting terwijl het dat eigenlijk niet is. Tijd om eens stil te staan bij al die spuiten die er gegeven worden.  


De veulenspuit

 

Jonger kan het bijna niet want de veulenspuit wordt zo snel mogelijk na de geboorte gegeven. Vroeger werd in de opleiding van de dierenarts geleerd dat de veulenspuit nuttig was om ziekten te voorkomen maar tegenwoordig ligt dat anders. De veulenspuit bestond vroeger uit de eenmalige toediening van een antibioticum. Tegenwoordig wordt er ook wel tetanusserum of een vitaminepreparaat gegeven.
Een ingespoten antibioticum is, afhankelijk van de soort, enkele uren tot een dag werkzaam. Het is duidelijk dat gewrichtsontsteking, diarrhee en longklachten pas later optreden en zelden binnen een dag. In dat latere stadium heeft de injectie met het antibioticum geen effect meer. Ook geen gering nawerkend effect.
Voorstanders beweren dat de navel vooral de eerste levensdag een bron van infectie kan zijn waardoor schadelijke bakteriën in de bloedbaan kunnen komen. Desinfecteren van de navel kan dat probleem voorkomen. Zelfs al kruipen er bakteriën in de navel dan is de injectie met het antibioticum uitgewerkt op het moment dat deze bakteriën vanuit de navel het lichaam indringen.
Tegenstanders van de veulenspuit wijzen op het mogelijk resistent worden van bakteriën wanneer ze te kort in kontakt komen met antibiotica en het antibioticum niet de kans krijgt om zijn werk af te maken. Zijn er omstandigheden die de kans op een infectie vergroten dan zou het zinvol kunnen zijn om een veulenspuit met antibiotica tegeven maar dan niet alleen de eerste dag. Ga dan door met behandelen tot de ergste infectiedruk is afgenomen of het veulen zijn biest heeft kunnen benutten. Zelfs biestvervanger is beter dan geen biest!


Tetanusserum is zinvol als de merrie slecht geënt is tegen infuenza en tetanus. Het veulen krijgt dan immers met de biest geen beschermende antistoffen tegen deze twee infectieziekten. Beter is het om er voor te zorgen dat de merrie wel goed geënt is want dan ent je het veulen gratis mee. Tetanus komt nog maar zelden voor omdat de meeste paarden geënt worden en de enting tegen tetanus lang werkzaam is.
En wat betreft een eenmalige dosis van een vitaminepreparaat: dat kan, mits het een niet irriterend preparaat is, geen kwaad maar over het algemeen zorgt de natuur goed voor pasgeboren dieren en krijgen deze een voldoende grote voorraad mee. Een mogelijke uitzondering geldt voor de aandoening steatitis, een ontsteking van het vetweefsel. Hierbij speelt vitamine E een rol en aan het eind van de winterperiode komen veel paarden wat vitamine E te kort. Vooral paarden die weinig krachtvoer krijgen. Vitamine E zit voldoende in gras maar in hooi en kuil kunnen de gehaltes teruglopen. Een nadeel van een injectie met vitamine E is dat het vaak irriterend is voor de spieren en die zijn bij het pasgeboren veulen nog erg kwetsbaar.


De volgende enting: influenza-tetanus

 

Toen er nog niet routinematig tegen influenza werd geënt vielen er veel dodelijke slachtoffers onder de paarden door deze infectieziekte. Maar helaas richt influenza ook nu nog behoorlijk wat schade aan. Directe schade door koorts, hoesten ed waardoor het paard een tijd niet gebruikt kan worden maar vooral ook indirecte schade door isolatie van een bedrijf en het optreden van chronische longproblemen, met alle gevolgen van dien. Een geënt paard is niet volledig tegen influenza beschermd maar zal bij een besmetting veel minder ernstige klachten krijgen. Heel belangrijk is het dat de basisenting goed is gegeven en dat mankeert er veel te vaak aan!!

 

De basis enting bestaat uit een eerste injectie op een leeftijd van 5 tot 6 maanden, een tweede 4 tot 6 weken later en een derde 6 maanden later, dus ongeveer op de leeftijd van een jaar. Metname deze derde enting wordt vaak pas een jaar na de tweede enting gegeven en dat kan tot gevolg hebben dat het paard zijn hele leven minder goed beschermd is. Dat een veulen pas op 5 maanden tegen influenza wordt geënt komt omdat we aannemen dat het tot die leeftijd beschermd is door antistoffen van de moeder die het met de biest heeft gekregen. Zou je eerder enten dan slaat de enting niet goed aan. Maar betreft het een veulen van een niet of slecht geënte moeder dan is het dus 5 maanden niet beschermd! Hoeveel veulens gaan er niet hoesten in de eerste 5 levensmaanden? Het zou mooi zijn als we eens konden uitzoeken hoeveel van deze infecties veroorzaakt worden door influenza. Dat kan door virusisolatie of bloedonderzoek maar dat gebeurt in de praktijk nog veel te weinig. De kosten van het onderzoek spelen daar een belangrijke rol in. Als we bedenken dat influenza chronische longproblemen kan veroorzaken lijkt het des te belangrijker om uit te zoeken wat de rol is van deze infecties op jonge leeftijd bij het ontstaan van dampigheid of chronisch hoesten op latere leeftijd.
Na een driedelige basisenting is het jonge paard goed beschermd tegen influenza. Wel werkt, afhankelijk van de fabrikaat, de ene enting langer dan de andere. Dat kan een verschil maken van enkele maanden tot een jaar. Regelmatig herenten is dus noodzakelijk. Ook kan het influenzavirus makkelijk een ander jasje aantrekken waardoor de enting hem niet meer ziet. De fabrikant moet zijn entstof dus zo nu en dan aanpassen om een goede effectiviteit te garanderen.


Behalve influenza kunnen ook het rhinopneumonie-virus en droes zorgen voor infecties van de luchtwegen met allerlei complicaties. Ook hiertegen kan geënt worden maar dat gebeurt nog niet routinematig. Ik zal deze entingen de volgende keer bespreken.  

 

S. Boerma
Paardenkliniek Garijp