Veulensterfte - het gele veulen
| Een van de aandoeningen die bij een pasgeboren veulen voorkomt is iso-erythrolyse. Dit is de Latijnse naam voor afbraak van het bloed door “eigen” antilichamen. Het veulen wordt door zuurstofgebrek eerst trager, dan sloom en kan uiteindelijk zo slap worden dat het hart het begeeft. Het is één van de aandoeningen waarbij een gele kleur van de slijmvliezen en het wit van de ogen optreedt. In het begin zal niemand hier echt op letten. Pas als er iets niet in orde lijkt zal de eigenaar of de dierenarts die het veulen onderzoekt de gele kleur opmerken. | ![]() |
![]() |
Bij welke aandoening treedt deze gele kleur op:
|
|
Wat is iso-erythrolyse?
Net als bij de mens kennen we bij paarden en pony’s bloedgroepen. Bij de mens maken we
onderscheid tussen 4 hoofdgroepen: A, B, AB en O, dit nog gekombineerd met de rhesusfaktor + of –
Bij paarden kennen we veel meer bloedgroepen maar geen rhesusfaktor. Een veulen zal bloedgroeppatronen van zowel de moeder als de vader bij zich dragen. De bloedgroepen van het veulen in de baarmoeder zijn dus vaak verschillend van die van de merrie. Dit is geen probleem omdat de bloedsomloop van de merrie en die van het veulen in de baarmoeder gescheiden zijn. Zou deze scheiding er niet zijn dan ontstond hetzelfde effect als bij een niet passende bloedtransfusie: rode bloedlichaampjes worden afgebroken en het veulen krijgt een dodelijke bloedarmoede. De rode bloedlichaampjes verzorgen namelijk het transport van zuurstof naar de verschillende organen. Zonder zuurstof is er geen leven mogelijk. |
![]() |
![]() |
Wat gaat er fout?
Bij sommige merries is de scheiding tussen de bloedsomloop van het veulen en de moeder niet zo goed als we zouden willen. Er komen onbedoeld rode bloedcellen van het veulen in de bloedsomloop van de merrie. Omdat dit een abnormale situatie is slaat het afweersysteem van de moeder groot alarm: indringers gesignaleerd. Dat deze indringers onschuldige bloedcellen van haar eigen veulen zijn weet de merrie niet. Het afweerapparaat van de merrie gaat antistoffen tegen het bloed van het veulen aanmaken. Deze anti-stoffen zijn er op gebouwd om de rode bloedcellen van het veulen te vernietigen en worden met name aan het eind van de dracht en vlak na de geboorte geproduceerd. Een schijnbaar tegenstrijdige eigenschap van “iso” veulens is dat ze meestal vlot geboren worden, snel staan, goed fit zijn en veel biest drinken. Blijkbaar is er bij de geboorte nog niets aan de hand! Dat klopt omdat de rode bloedcellen van het veulen tijdens de dracht weliswaar in de bloedsomloop van de merrie konden “verdwalen” maar de anti-stoffen die de merrie daarop aanmaakt kunnen tijdens de dracht niet bij het veulen komen. Deze anti-stoffen zijn echter in grote getalen aanwezig in de biest en worden door het veulen na drinken van deze biest direkt doorgelaten naar zijn bloedsomloop. Baby’s krijgen van hun moeder al in de baarmoeder antistoffen. Veulens in het geheel niet, die worden zonder anti-stoffen geboren. Daarom is het zo belangrijk dat veulens zo snel mogelijk na de geboorte voldoende biest krijgen. Anders zijn ze overgeleverd aan iedere ziekteverwekker die toevallig aan komt waaien. Omdat hun eigen afweersysteem het nog niet doet zijn ze zonder anti- lichamen van hun moeder niet in staat een infectie te overwinnen. Deze overdracht van anti-stoffen in de biest is er nu juist de oorzaak van dat de afbraak van rode bloedlichaampjes op gang komt. De eerste 24 uur laat het maagdarmkanaal van het veulen anti-stoffen door naar het bloed. Na 48 uur is dit mechanisme niet aktief meer. Bij het iso-veulen zien we de eerste dag nog niet zo veel. Vaak is het veulen de tweede dag iets minder levendig dan de eerste dag maar dat hoeft nog niet direkt op te vallen. Daarna gaat het wel bergafwaarts: het veulen wordt te rustig en kan vaak de 5e dag nauwelijks meer in de benen komen. Dan zijn z’n slijmvliezen knalgeel! De hartslag is sterk verhoogd, de ademhaling is te snel en bij bloedonderzoek valt een sterke bloedarmoede op. In dat stadium kan alleen een bloedtransfusie nog uitkomst bieden. Na een bloedtransfusie knapt het veulen op maar het lijkt er op dat we de laatste tijd met een tweede type iso-erythrolyse te maken hebben. Bij deze vorm breken niet alleen de anti-stoffen van de merrie het bloed van het veulen af maar gaat de milt van het veulen er ook nog eens stevig tegenaan: het veulen begint ook zijn eigen bloed af te breken! Dit is natuurlijk dramatisch omdat een bloedtransfusie dan maar heel tijdelijk helpt. Onderzoek naar deze “variant” moet meer duidelijkheid bieden in de oorzaak en de eventuele therapie. |
|
Voorkomen van iso-erythrolyse
Heeft een merrie eerder een veulen ter wereld gebracht dat de aandoening had dan is het voor een volgende dracht mogelijk om in te schatten of dit weer zal gebeuren. Bij het Van Haringen Laboratorium in Wageningen kan men het bloed van de merrie onderzoeken. Zijn haar bloedgroepen bekend dan kan men voor een eventuele volgende dracht rekening houden met het bloedgroepenpatroon van de vader. Men dient dan een hengst uit te zoeken die bepaalde bloedgroepen mist. Helaas wordt de laatste jaren van de goedgekeurde hengsten niet meer standaard een bloedgroepenpatroon bepaald. Daarom wordt het maken van een juiste keuze steeds moeilijker. Een andere mogelijkheid is om het veulen na de geboorte geen biest van de eigen moeder te geven. Biest van een andere merrie kan een goede vervanger zijn. Ook kunstbiest is een oplossing maar deze is kwalitatief niet zo hoogwaardig als “eigen”biest. Tenslotte kan afgenomen bloed dat verwerkt is tot plasma ingegeven worden maar dat mag dan weer niet van de eigen moeder zijn. |
![]() |
![]() |
Samenvatting
Iso-erythrolyse is een niet zo bekende aandoening die vaak slecht afloopt. De aandoening is al vele tientallen jaren bekend maar er lijkt een zekere verandering in op te treden. Typerend is het feit dat de veulens goed geboren worden en daarna om onduidelijke reden slap worden. De gele kleur van de slijmvliezen is een goede aanwijzing om tot een diagnose te komen. Heeft een merrie eenmaal een iso- veulen gebracht dan houdt zij een verhoogd risico om dit volgende jaren weer te doen. Vroeger dacht men dat de hengst de oorzaak was, nu weten we dat het de merrie is. Wanneer we een hengst uitzoeken en rekening houden met zijn bloedgroepen dan kan men de aandoening voorkomen. Is dit niet mogelijk dan mag het veulen geen biest drinken van de eigen moeder. S. Boerma Paardenkliniek Garijp |