Vage kreupelheden 1
| Waarom een stukje over vage kreupelheden en niet gewoon over kreupelheden? Veel kreupelheden zijn helaas vaag en onduidelijk. Als een paard acuut op drie benen staat is de oorzaak meestal wel snel duidelijk maar de meeste kreupelheden ontstaan sluipend en zijn wisselend van ernst. Kreupelheid kan heel veel oorzaken hebben en het is onmogelijk die allemaal te bespreken. Het lijkt me verstandig eerst iets over de achtergrond van kreupelheid te vertellen en in een volgende aflevering een aantal voorbeelden te bespreken. | ![]() |
![]() |
Wat bedoelen we met kreupelheid?
Tijdens het lopen worden de voor- en achterbenen in een vloeiende beweging naar voren gebracht, belast en weer naar achteren gebracht. Vooral als je een paard in slow-motion video ziet lopen, draven of galopperen valt op hoe gelijkmatig deze bewegingen zijn. Als deze bewegingen worden gehinderd doordat er pijn optreedt of doordat de beweging mechanisch belemmerd wordt zien we een onregelmatige gang. Als het naar voren brengen van een been pijn doet of niet goed lukt (bijvoorbeeld bij een zenuwaandoening) dan treedt er bewegingskreupelheid op. Is het staan op het been pijnlijk dan spreken we van belastingskreupelheid. Dat zien we dus vooral tijdens de belastingsfase van het been: het paard probeert deze fase zo kort mogelijk te laten duren en gaat “vallen” op het gezonde been. Is het paard bijvoorbeeld linksvoor belastingskreupel en het komt op ons toedraven dan valt het op het rechter been. Het hoofd zakt overdreven naar beneden tijdens het landen op het gezonde, rechter been. Is het paard linksachter kreupel en draaft van ons af dan wordt vaak de linker kruishelft lager gedragen en het paard valt op het rechter been. Is het paard linksvoor bewegingskreupel dan wordt het been niet voldoende naar voren gebracht en kan het zelfs lijken of het paard op dit kreupele been valt. In eerste instantie kan dat dus heel verwarrend zijn. Het laten lopen op een harde of juist zachte bodem is een goed hulpmiddel om dit uit te zoeken: bewegingskreupelheid zien we beter in een zandbak en belastingskreupelheid op een harde bodem of kleine harde cirkel. Vooral het binnenbeen wordt op de verharde cirkel zwaarder belast en bij belastingskreupelheid zal het paard met het kreupele been binnen dus slechter lopen en met het kreupele been buiten beter. Ook allerlei mengvormen zijn mogelijk en dat kan soms knap lastig zijn. |
|
De spieren, pezen, gewrichten, banden en gewrichtskapsels kunnen door allerlei oorzaken pijn
gaan doen. Bekend is de peesblessure na overbelasting waarbij door en te grote kracht op de
pees deze gedeeltelijk of helemaal scheurt. Pezen zijn net als touw of kabels opgebouwd uit vele
kleine vezeltjes. Bij een te grote belasting rekken deze vezeltjes uit. Het lichaam reageert met een ontstekingsreactie waarbij vocht (zwelling) en warmte ontstaat. Is de overbelasting nog groter dan knappen er vezels. In sommige pezen is zo’n beschadiging heel vervelend omdat er snel kreupelheid ontstaat, in andere pezen kan er al een flinke beschadiging zijn opgetreden voordat dit echt pijn gaat doen en het paard dat laat zien door kreupel te gaan lopen. Voor spieren geldt in zekere zin hetzelfde. Ook deze kunnen stijf worden of zelfs scheuren. Ook kan door verzuring een groot aantal spieren pijnlijk worden (tying-up of maandagziekte). Spieren kunnen ook pijnlijk worden bij een scheve belasting van de rug of het bekken. Een paard met bijvoorbeeld vage klachten uit de hoefkatrol zal langdurig scheef lopen en zijn spieren verkeerd belasten. Pijn in de schouder of de rug kan dan heel goed het gevolg zijn. |
![]() |
![]() |
Gewrichten zijn lange tijd wat te veel in de belangstelling geweest omdat die met een
röntgenfoto tamelijk eenvoudig te controleren zijn. De hoefkatrol, de kogelkatrol, spat en ocd
zijn voorbeelden van regelmatig voorkomende aandoeningen. Echter ook bij een gewricht dat op
de foto normaal lijkt kan door afwijkend kraakbeen of een pijnlijk kapsel pijn optreden. Het kraakbeen vormt een elastische, schokdempende binnenbekleding van het gewricht. Het kapsel zorgt aan de binnenkant voor de aanmaak van smeervloestof (synovia) en aan de buitenkant samen met de banden voor stevigheid van het gewricht. Al deze structuren zijn zichtbaar te maken maar minder makkelijk dan het bot zelf. Door de komst van de digitale röntgenfoto is het gewricht beter in beeld te brengen en door de nieuwere echotechnieken zijn de pezen, banden en kapsels goed zichtbaar te maken. |
|
Vrij nieuw in de diergeneeskunde is de MRI-scan waarbij de weke delen (alles aan het lichaam
anders dan bot) zoals pezen en kapsels erg mooi in beeld te brengen zijn. Deze onderzoeken
zijn kostbaar omdat de apparatuur erg kostbaar is maar soms kan er alleen met MRI een exacte
diagnose gesteld worden. Ook kostbaar is de scintigrafie. Hierbij wordt er radioactief materiaal in het paard gespoten en wordt er met een scanner gezocht naar plaatsen waar dit materiaal zich overdreven sterk ophoopt. Dat zijn vaak de plekken waar het niet klopt: er is een ontsteking of een beschadiging aanwezig. Deze techniek is vooral handig op plaatsen waar moeilijk foto’s of echo’s gemaakt kunnen worden of waar het niet lukt om de pijn te lokaliseren. Een paard dat acuut op drie benen staat kan een hoefzweer hebben maar ook een breuk in bijvoorbeeld het hoefbeen, het kroonbeen of het kootbeen. Paarden met pijn aan een gewrichtskapsel of een scheurtje in het kraakbeen kunnen vage kreupelheid vertonen. In de volgende aflevering zal ik bespreken hoe we er achter kunnen komen wat er aan de hand is en waarom dat soms ook niet lukt. |
![]() |
S. Boerma