Vage kreupelheden deel 3
| Kreupelheden uit de hals, de rug of de achterbenen kunnen net zo vaag en onduidelijk zijn als de eerder besproken kreupelheden. Vaak zijn ze nog lastiger omdat de verschijnselen in het begin soms helemaal niet op kreupelheid lijken. Stijfheid, verzet, weinig werklust, lastig in de mond, niet links of rechtsom willen gaan, het kunnen allemaal uitingen zijn van problemen in hals rug en achterhand. | ![]() |
![]() |
In de hals kan pijn of stijfheid ontstaan in de wervels, de spieren en de nekband. Pijn in de
spieren is vaak van voorbijgaande aard maar problemen in de wervels kunnen van langdurige
aard of zelfs blijvend zijn. Jonge paarden, hengsten vaker dan merries, kunnen bij vechten of
spelen de wervels beschadigen waardoor ataxie optreedt. Er ontstaat druk op het ruggemerg
met pijn en soms verlammingsverschijnselen als gevolg. Soms zijn wervels ten op zichte van elkaar verschoven, soms is er op de röntgenfoto’s niets te zien. Ook komt in de hals ocd voor waardoor de wervels niet soepel kunnen bewegen en er pijn of druk op zenuwen op kan treden. Breuken in de wervels zijn zeldzamer en kunnen zich op allerlei manieren uiten, van alleen een iets stijve hals tot totale verlamming. Spierpijn in de hals komt regelmatig voor maar gaat dan meestal gepaard met spierpijn in andere delen van het bewegingsapparaat. Belangrijk is het dan om de oorzaak op te sporen omdat deze spierpijn altijd het gevolg is van een andere oorzaak zoals kreupelheid elders, een rijtechnisch probleem of een onjuist gedoseerde hoeveelheid arbeid. |
| Ook de rug is een lastig gebied voor onderzoek. Röntgenonderzoek is tegenwoordig eenvoudiger uit te voeren dan vroeger omdat de digitale techniek een mooiere, beter beoordeelbare foto oplevert. Te veel aandacht wordt er besteedt aan zogenaamde kissing spines. Dat zijn de bovenste uitsteeksels van de wervels die soms zo dicht tegen elkaar aanliggen dat er reactie en ontsteking tussen het uitsteeksel van de ene wervel en die van de andere wervel ontstaat. Dat is op een röntgenfoto te zien maar we vinden ook afwijkende beelden bij paarden die daar helemaal geen last van hebben. Het is dus niet duidelijk in hoeverre kissing spines wel echt het probleem veroorzaken. De bespiering van de rug speelt een belangrijker rol dan eventuele kissing spines. Ook pijn tussen de wervellichamen (hernia-achtige klachten) komt bij paarden voor maar is moeilijk vast te stellen. Dat geldt voor de mens, laat staan voor het paard dat niet kan praten en waarbij de spieren zo omvangrijk zijn dat dieper gelegen pijnlijke plekken moeilijk zijn op te sporen. De oorzaak van rugpijn kan zo divers zijn dat soms een intensieve samenwerking tussen dierenarts, fysiotherapeut, zadelmaker en trainer nodig is om het probleem op te kunnen lossen. Rugpijn leidt in eerste instantie niet tot kreupelheid maar eerder tot verzet, minder werklust, niet links of juist rechtsom willen of kunnen of een afgenomen uithoudingsvermogen. | ![]() |
![]() |
Problemen in het bekken kunnen wel tot echte kreupelheid leiden. Dat is dan vaak een bewegingskreupelheid, dat wil zeggen dat het been aan de kant met de problemen minder goed ondergebracht wordt. Als de problemen lang bestaan is er vaak een afgenomen bespiering van kruis en bekken te zien aan de aangetaste kant. Soms wordt het bekken ook echt scheef gedragen waarbij de heup aan de aangetaste kant lager ligt. Het bekken is bij het staande dier maar zeer ten dele met röntgenfoto’s in beeld te brengen. Vaak is onderzoek onder algehele narcose nodig. Met behulp van echografie kunnen de spieren en de oppervlakkige belijning van het heupgewricht bekeken worden. Afwijkingen dieper in het gewricht kunnen met echo niet vastgesteld worden. |
| In het bovenbeen zijn het meestal de spieren die tot problemen kunnen leiden. Blessures op die plaats kunnen onduidelijk en hardnekkig zijn. Iets lager ligt de knie die zich goed laat onderzoeken. Toch kunnen aandoeningen van de kruisbanden en de meniscus soms moelijk vast gesteld worden. Met de röntgenfoto krijgen we soms een aanwijzing voor deze problemen maar een echo of zelfs arthroscopie (in het gewricht kijken) is nodig voor absolute zekerheid. De behandeling is lastig en vaak valt het resultaat tegen. Nog verder naar onderen komen we de sprong tegen waar onder andere spat voor kan komen. Spat kan al op jonge leeftijd optreden maar we zien het vaker bij oudere paarden en bij pony’s. Bij spat is het bot in de gewrichtspleten aangetast. Bolspat is een oude term voor OC en OCD waarbij de vorming van kraakbeen en het onderliggende bot op jonge leeftijd niet goed is verlopen. | ![]() |
![]() |
Verder naar onderen kunnen dezelfde aandoeningen voorkomen als in het voorbeen maar problemen
in de hoefkatrol zijn achter zeldzaam en problemen in de kogelkatrol (sesambeentjes en
kootgewricht) juist weer niet. Beschadiging van de sesambeentjes in het achterbeen komt bij de
Fries regelmatig voor. Waarschijnlijk is dat het gevolg van een minder sterke kogelkatrol in
kombinatie met overgewicht. Ook aandoeningen van de buigpezen komen regelmatig voor en worden
nog al eens over het hoofd gezien als de beschadiging gering is. Het zal duidelijk zijn dat een
exacte diagnose van de kreupelheid soms zeer lastig is te stellen.
S. Boerma Paardenkliniek Garijp |